DSK1-2017
Begin december 2016 kregen we een egel binnen die in de tuin werd gevonden door de hond. De egel had een lelijke hoofdwonde die doorliep tot op zijn zij. Volgens de vinder was die niet van de hond, maar had hij vast gezeten in de omheining. De wonde was zo ernstig dat de schedel bloot lag. Na onderzoek kreeg hij een antibioticakuur en pijnstilling.

De wonde werd dagelijks 2 maal proper gemaakt en ingewreven met een wondhelende gel.

Omdat het genezingsproces veel energie vraagt, kreeg hij extra ‘dieetvoeding’ om aan te sterken.
Ondertussen is de wonde mooi genezen en kan hij binnenkort worden vrijgelaten.


DSK1-2017
(On)gelukkige vogel
Misschien herinneren jullie je onze beroemde reiger van ons vorige boekje nog? Het gaat om de reiger waarvan de snavel werd dicht getaped en de vleugel werd geknipt.
Aangezien hij toch nog enige tijd bij ons moet verblijven,is hij verhuisd naar een grote uitwenkooi. Daar heeft hij meer kans om zijn vleugels te spreiden en zijn spieren terug te trainen.

Na de eerstvolgende rui hopen we hem terug vrij te kunnen laten.


DSK1-2017
De verloren zoon
Sinds augustus van vorig jaar hebben we een Griekse landschildpad in ons opvangcentrum. Via de chipnummer hebben we de eigenaar kunnen traceren.
Wat bleek: de eigenaar was haar schildpad al 10 jaar kwijt!

Omdat de eigenaar niet in het bezit was van de nodige papieren, wilde de CITES-dienst de schildpad niet naar de eigenaar laten terug keren.
Op dit moment is het onderzoek nog steeds gaande.
Hopelijk zijn schildpad en eigenaar terug samen gebracht tegen de tijd dat jullie dit krantje lezen.

Met dit verhaal willen we aantonen hoe belangrijk het is om jouw dier te laten chippen én de juiste papieren aan te vragen indien nodig.
Dit bespaart heel wat stress voor mens en dier !


DSK1-2017
Zieke duifjes

Januari was duidelijk de maand van de zieke duiven.
De ene na de andere werd gebracht met problemen zoals niet kunnen vliegen, bol zitten, niet meer bewegen, …

De oorzaak van dit alles is het ziekte genaamd Trichomonas (ook wel ”t geel” genoemd in de volksmond).
Dit is een parasitaire ziekte die ontstaat in de krop. In de krop begint een soort tumor te woekeren die de plaats in neemt van het voedsel. Hierdoor kan de duif geen eten, en dus ook geen voedingsstoffen, meer opnemen en sterft ze een trage hongerdood.
’t Geel is zeer besmettelijk tussen duiven en wordt doorgegeven door lichaamssappen en vocht (uitwerpselen, drinkwater).

Als we er snel bij zijn, kunnen we de duif genezen door middel van een pil.
Maar van zodra we gele plekken in de bek zien, kunnen we niets anders doen dan de duif zachtjes uit zijn lijden te laten verlossen door onze dierenarts.

U doet er dus altijd goed aan om een zieke duif bij ons binnen te brengen. Ofwel kunnen we ze genezen, ofwel kunnen we voorkomen dat de ziekte doorgegeven wordt door de zieke dieren uit de natuur te verwijderen.


DSK1-2017
In december en januari werden er ook opvallend veel buizerds binnen gebracht in ons opvangcentrum.
Vele waren ondervoed of besmet met Cappilaria (ook een parasitaire ziekte).

Maar 2 buizerds waren toch wel heel speciaal.

De eerste werd gebracht door een dappere man die de vogel van de autostrade geplukt had. De vogel zat midden op de rijbaan tussen het rijdend verkeer.
Op het eerste zicht had de buizerd een gebroken vleugel aan zijn avontuur overgehouden.
Maar tijdens controle bij de dierenarts bleek de vleugel enkel gekneusd te zijn. Deze buizerd doet het inmiddels heel goed!
We verwachten dat hij in het voorjaar goed genoeg zal zijn om terug de vrijheid tegemoet te gaan.

Een tweede buizerd werd opgehaald door onze ploeg.
Hij zat al enkele dagen op een groot veld en leek niet te bewegen. Bij de controle bleek dat hij een groot ‘gezwel’ langs de binnenkant van zijn vleugel had. Op
de inwendige foto’s kon onze dierenarts zien dat het waarschijnlijk een abces was dat met het bot was vergroeid. De ‘tumor’ had de grootte van een tennisbal en kon niet worden verwijderd.
Spijtig genoeg heeft de buizerd met de tumor het niet gehaald. Met één vleugel had hij geen goed leven gehad.


DSK3-2017

Een nachtzwaluw s een vrij grote zwaluw. Hij wordt 24 tot 28 cm lang,
de spanwijdte bedraagt 52 tot 59 cm.

De voorbije maanden hebben we heel wat speciale gasten mogen verzorgen. Zo werd er een nachtzwaluw Caprimulgus europaeus binnengebracht.
Deze mooie vogel was sterk ondervoed en zwak, Met veel liefde en nog meer wasmotlarven is de nachtzwaluw er bovenop gekomen. Hij wordt 24 tot
28cm lang, de spanwijdte bedraagt 52 tot 59 cm.

appelvink

Een andere speciale gast was een jonge appelvink (Coccothraustes coccothraustes).
Deze vinken staan bekend om hun grote, forse bek waarmee ze harde noten en zaden kunnen kraken.
Wanneer ze volwassen zijn kunnen ze een kracht van wel liefst 50 kg uitoefenen met hun snavel. Hiermee kunnen ze kersenpitten kraken. Tot onze verbazing werd er enkele dagen later een tweede appelvink binnengebracht! De 2 vogels hebben, gelukkig, hun vrijheid terug gekregen.

Goulds Amadine vink

Hoewel de appelvinken al zeer mooi waren, is er een nog mooiere gast op bezoek geweest.
Het ging om een Goulds Amadine vink (Erythrura gouldiae). Dit mooie siervogeltje wordt in een volière gehouden in België.
Oorspronkelijk komen ze uit Australië. Ze zijn heel temperatuurgevoelig waardoor het moeilijke huisdieren zijn.
Spijtig genoeg had dit vinkje kennis gemaakt met een auto. Het heeft dit niet overleefd.

 


Deze prachtige ijsvogel daarentegen, mocht na 3 dagen het VOC-hotel verlaten.

ijsvogel

Nadat hij de omgeving had bestudeerd, is hij gaan vliegen en visjes gaan zoeken in de beek.

 

Naast de speciale gasten hebben we de voorbije 3 maanden heel wat jonge dieren grootgebracht.
Kauwen, kraaien, zwaluwen, mezen, eendjes, meeuwen, egels, eekhoorns. Allemaal zijn de liefdevol verzorgd en grootgebracht door onze vrijwilligers.
Beginnend om 8u30 en eindigend om 22u30, hebben onze vrijwilligers met engelengeduld deze dieren gevoederd.
Naast het voederen zorgen ze er elke dag (ja, ook op feestdagen!) voor dat ons VOC spik en span staat.
Daarom, langs deze weg, een dikke merci aan al onze vrijwilligers! Zonder jullie kunnen we niets bereiken !

 
 
 

Als kers op de taart van al dit harde werk hebben we volgende dieren vrijgelaten:

scholekster

    1 ransuil
    2 scholeksters
    3 witte kwikstaarten
    4 reeën
    6 bonte vliegenvangers
    7 zwartkoppen
    9 Eekhoorns
    10 kerkuilen
    13 bosuilen
    7 Egels
    27 Zwaluwen
    39 Kraaien
    58 Meeuwen
    77 Tortels
    78 Mezen
    98 Duiven
    113 Merels
    127 Kauwen
    168 Eendjes


DSK4-2017

Winter

Na de drukte van het zomerseizoen is het tijd om ons opvangcentrum eens grondig ‘op te kuisen’. Alle jonge eendjes die we in de loop van het seizoen hebben grootgebracht, krijgen een plekje in de natuur. Ook de grootgebrachte kuifeendjes mogen het grote water op.

De reiger, waarvan de vleugels waren geknipt en de bek dichtgetaped, is eindelijk voldoende aangesterkt en heeft opnieuw goede vleugelpluimen om ook vrijgelaten te worden. Verder mogen ook heel wat duiven het opvangcentrum verlaten.

Stilletjes aan komt er terug wat meer ruimte in de hokken. Tijd dus om alles een goede poets-beurt te geven! Muren worden afgeschuurd, netten worden gemaakt en de zitstokken worden vervangen. Alle spleetjes en kiertjes worden proper gemaakt. Ja, soms worden er zelfs een wattenstaafje gebruikt. Ook in de winter weten we ons goed bezig te houden!

‘Toch is het ‘rustige seizoen’ niet altijd rustig. Wanneer de koude zich aanmeldt, melden zich vaak ondervoede en onderkoelde dieren aan op ons opvangcentrum. Vooral jonge dieren, die maar weinig ervaring hebben, vallen snel ten prooi. Zij vinden vaak minder goed een geschikte schuilplaats tegen regen en kou en zijn nog niet bedreven in het vangen of zoeken van schaarser wordende prooien en ander voedsel. Om deze dieren In de natuur te kunnen helpen, geven we verder in dit nummer graag wat extra info over her bijvoederen van wilde dieren.



Een warm reeënverhaal

Op zondag 22 oktober werden we verwittigd door de Politie van Bornem dat erin het bos gelegen aan het einde van de Kloosterstraat, een Jonge ree (Capreolus capreolus) In grote moeilijkheden verkeerde.

Na enig zoekwerk vonden we het reetje, volledig onderkoeld. De lichaamstemperatuur was ver beneden het normale peil van 38°C.

Het was kletsnat van de regen en zijn/haar buikje was abnormaal gezwollen. Tijdens onze terugreis was onze dierenarts reeds aanwezig op zijn praktijk om het kleintje helemaal te onderzoeken. Zo’n jonge ree, zo laat op het jaar, hebben we nog nooit meegemaakt!
Zoals we reeds dachten was het diertje onderkoeld, zeer mager en had het vocht in de buik. Na verzorging en antibiotica te hebben gekregen, konden we het rustig onder een aangename warmtelamp laten bekomen.

De volgende ochtend gingen we met en bang hartje kijken, maar, jawel: het zag er al stukken beter uit!


Vier dagen later verblijft het reetje in een grote buitenkooi samen met nog een jonge reegeit die groter en ouder is.
Samen zullen ze nu de winterperiode doorbrengen in het opvangcentrum. De reeën nu – of binnen enkele weken – trachten terug vrij te laten in de natuur lijkt ons, na 12
jaar ervaring met jonge reeën, niet de juiste oplossing. Als er een strenge winter zou optreden is hun overlevingskans zeer klein omdat ze niet door de moeder zijn aangeleerd waar en hoe ze voedsel kunnen vinden onder ijs of sneeuw.
Wanneer we ze kunnen terugplaatsen in de natuur, rond eind februari-begin maart, het jonge groen volop in aantocht en kunnen ze gemakkelijker aansluiten bij de jonge dieren die dan bijna hun moeder moeten verlaten. De moeder brengt een nieuw kalf ter wereld rond 15 mei.


Wist je dat:

– het gewei van een ree niet uit hoorn maar uit massief been bestaat?

– het gewei alleen tijdens de bronstijd dienstdoet als “statussymbool” en toernooiwapen?

– de kalfjes steeds in mei of begin juni worden geboren?

– de ontwikkeling van de bevruchte eicel in de baarmoeder stopt in een zeer vroeg stadium? Pas in her voorjaar van het volgende jaar groeit het uit tot een embryo.

– de pasgeboren kalfjes doodstil blijven liggen en geen eigen geur hebben? Op die manier merken roofdieren ze niet op?

– als men een gevonden reekalfje aanraakt of optilt, het de geur van de mens krijgt? Veel reeënmoeders worden dan bang van hun eigen jong en laten het niet meer drinken. Laat de kalfjes dus te allen tijde liggen. De moeder is zeer waarschijnlijk in de buurt!
(Neem bij twijfel contact op met het opvangcentrum. Onze mensen zijn specialisten op dit gebied, en hebben reeds een jarenlange ervaring over wat kan en niet kan).