1.In dit geval is niets doen de beste hulp.

  • Hulpeloze “wees”vogel?

Probeer eerst te kijken of het dier een hulpeloze nestvogel is of al een gevederde, bijna vliegklare, jonge vogel die waarschijnlijk uit het nest is gesprongen als eerste stap naar de zelfstandigheid.  De vogel huppelt en fladdert nog wat onhandig rond maar meestal is er dan helemaal niets aan de hand. Bij een aantal soorten komen de ouders de nestjongen nog op de grond voederen. De jonge vogel houdt zich dan instinctief stil en zoekt beschutting. Enkele dagen later kunnen ze al vliegen.  Dat is bv. het geval bij jonge merels, lijsters, turkse tortels en houtduiven. Ook jonge bosuiltjes hebben een avontuurlijke natuur en verlaten soms te vroeg het ouderlijke nest.  Je aanwezigheid zou de oudervogels kunnen afschrikken.   Observeer de jonge vogel van op een discrete afstand om er zeker van te zijn dat de ouders terugkeren om het jong te voederen.  Neem wel genoeg afstand, stel je verdekt op en heb geduld.

Gaat het om een hulpeloos nestvogeltje kijk dan of je het nest vindt waarin je het diertje kan terugleggen.  Als het vogeltje compleet met nest op de grond ligt probeer dan het nest weer op zijn plaats te zetten.  Kijk uiteraard een tijd toe om er zeker van te zijn dat de ouders terugkomen.  Je geur aan het nest of aan de vogel zal de ouders niet afschrikken.

  • De vogel staat maar op 1 poot.

Waarschijnlijk staat de vogel te rusten en heeft hij zijn andere poot opgetrokken om hem te verwarmen, dat is normaal gedrag.  Wacht tot je duidelijk ziet of de vogel twee poten heeft.

  • De vogel heeft maar 1 oog.

Vogels kunnen zichzelf best redden ook al hebben ze nog maar één oog. Uitzondering hierop zijn bepaalde roofvogels.

  • Is die watervogel vastgevroren?

Watervogels zitten soms lange tijd op het ijs, dat is geen probleem. Moedig ze aan om te bewegen door wat voedsel aan te bieden.  Zo kan je beoordelen of er iets aan de hand is.

  • Een zwaan, een gans, een reiger, een ooievaar in de wei.

Dat is normaal gedrag, de dieren strijken neer om uit te rusten en wat gras te eten.  Later zullen ze weer opstijgen, zelfs de zware zwaan.

2 .Deze vogels hebben hulp nodig!

  • De vogel kan niet op zijn poten staan.

Dit kan betekenen dat één of twee poten gekwetst zijn, ook mogelijk ruggengraat- of kopletsel.

  • Afhangende vleugel, bungelende poot.

Mogelijk heeft de vogel een gebroken poot of vleugel.

  • De vogel is gewond (er is bloed te zien).
  • Snavelkwetsuur.

Wanneer de bek beschadigd is kan de vogel niet eten of drinken.

  • Olie op de veren.

Wanneer een vogel met olie besmeurd is heeft hij dringend hulp nodig.  De vogel wordt immers vergiftigd wanneer hij tracht zijn veren te poetsen, het dier is ook niet meer waterdicht en zal verdrinken.

  • Een gierzwaluw op de grond.

Een gestrande gierzwaluw kan niet meer zelfstandig opvliegen. Wanneer je dus een gierzwaluw op de grond vindt, heeft het dier hulp nodig.

  • In het water gevallen.

Een vogel die in het water gevallen is   zal   verdrinken. Vanzelfsprekend hebben we het hier niet over watervogels.

  • In het ijs vastgevroren.

Wanneer een watervogel werkelijk vastgevroren is, heeft hij dringend hulp nodig.  Begeef je nooit zelf op het ijs maar contacteer een VOC.

  • Slachtoffer van de kat.

Elke vogel die door een kat aangevallen is heeft hulp nodig, ook al is er geen letsel merkbaar.  Ook een kleine wonde, veroorzaakt door de beet van een kat kan ontsteken en de vogel doden.

  • Nestjong  is nog (half)kaal en/of bevindt zich in een gevaarlijke situatie.

Als het vogeltje koud, doorweekt of gekwetst is heeft het hulp nodig.  Ook wanneer de ouders al enkele uren niet meer opdagen is hulp vereist.

Wanneer er een ernstige, voortdurende bedreiging is door hond of kat moet er ook ingegrepen worden.  Je zou bijvoorbeeld enkele dagen je kat kunnen binnenhouden.

 

3. Hoe veilig hanteren en transporteren?

  • Vogels zijn moeilijk te vangen met de blote hand.  Een deken, jas, handdoek over het dier gooien maakt het vangen veel gemakkelijker.
  • Nader de vogel rustig maar zelfzeker.  Gooi snel deken, jas, handdoek over het dier.
  • Neem de vogel stevig vast rond de schouders en hou de kop bedekt.  Zo vermijd je dat hij met zijn vleugels gaat slaan en zichzelf nog meer kwetst.  Door de kop te bedekken verminder je de angst.
  • Hou een vogel nooit te dicht bij je gezicht.
  • Meeuwen en kraaiachtigen kunnen gemeen bijten, trek dus zeker handschoenen aan.
  • Reiger, fuut, aalscholver hebben een lange puntige snavel.  Ze zullen proberen naar je ogen en gezicht te steken.  Draag handschoenen en een veiligheidsbril, pak de nek stevig vast achter de kop, en draai de kop van je weg.
  • Zwanen en ganzen kunnen je erg verwonden met hun vleugels.
  • Bij uilen en roofvogels moet je vooral opletten voor de klauwen, die zijn gevaarlijker dan de snavel. Deze vogels bijten zelden maar zullen aanvallen met hun klauwen.
  • Stop de vogel in een kartonnen doos, voorzien van enkele luchtgaatjes en sluit de doos goed af.

Neem geen te grote doos, zo voorkom je dat het dier veel gaat bewegen en zich zo nog meer kwetst. Een kartonnen doos werkt trouwens isolerend (zowel in zomer als in winter) en de duisternis vermindert de stress. Gebruik nooit een vogelkooi, een wilde vogel zal steeds trachten te ontsnappen, panikeert, kwetst zich dan nog meer en kan zo sterven.

  • Toon het slachtoffer niet aan je hele omgeving: buren, vrienden, familie,…  en neem  géén  foto’s .  Vermijd alles wat de stress bij het dier kan verhogen.
  • Plaats de doos zo stabiel, rustig en duister mogelijk in afwachting van het transport naar een VOC.