Vogels ringen voor wetenschap en behoud, verscheen in DSK 3kw 2012

Waarom vogels ringen?

uilskuiken bron BeBirds

Het ringen van vogels is geen doel of een wetenschap op zich het is een opzoekmethode gebaseerd op het individueel merken van vogels.
Dankzij het ringen kunnen we de vogels perfect opvolgen.
We verkrijgen o.a. informatie over de trekwegen en de treksnelheid, de broed en de overwinteringsgebieden en de plaatstrouw aan die gebieden.
We kennen ook het geslacht, het gewicht, de grootte, de leeftijd en de conditie van de vogel.
En hoewel er ook vandaag nog steeds heel wat vraagtekens zijn, toch heeft vogelringen reeds geleid tot een veel beter begrip waarom sommige soorten achteruit gaan en anderen toenemen.

 

 
 
 
 
 

Ringgeschiedenis
Waarnemingen dat bepaalde vogels er in de zomer wel en in de winter niet waren hebben in het verleden tot wonderlijke veronderstellingen geleid.
Zo meende Aristoteles en velen nog na hem dat de vogels een winterslaap hielden.archimedes-koekoek
Men geloofde o.a. dat zwaluwen op de bodem van een meer in de modder overwinterden.
Een al even wonderlijke verklaring was de gedaanteverwisseling. Zo zou de koekoek, die men in de winter niet zag, veranderen in een sperwer.
In 1219 werd het verhaal verteld dat een man een zwaluw uit het nest haalde en een briefje aan de poot bevestigde met de tekst “Oh zwaluw, waar leeft gij in de winter?’ Volgens het verhaal kwam de vogel volgende lente terug met het antwoord: “In Azië, in het huis van Petrus.”
In de 18% eeuw wou een Duitse ornitholoog de onjuistheid van het verhaal, dat zwaluwen in een meer zouden overwinteren, bewijzen. Hij ontwikkelde een ingenieus plan. Hij deed draadjes, die hij eerst in waterverf gedoopt had, rond de pootjes van een aantal zwaluwen. Toen de vogels terugkeerden waren de kleuren nog steeds zichtbaar, dus hadden de zwaluwen géén winterslaap onder water gehouden.

 

Wie het ringetje past… trekt het aan.
Vogelringen bestaan in vele vormen en maten en worden zo ontworpen dat ze comfortabel de poot van de vogel omsluiten.
De meeste ringen zijn vervaardigd uit lichtgewicht metaal. Voor de vogels die in zoutwatergebied leven wordt een speciale legering gebruikt die beter bestand is tegen de invloed van het water.

Ringen variëren in gewicht en diameter naargelang de vogelsoort.
Een winterkoninkje weegt gemiddeld 9 gram en krijgt een ring die 0,04 gram weegt Dat wil zeggen dat het gewicht van de ring slechts 0,4 % van het lichaamsgewicht van de vogel bedraagt. Een ring van een merel weegt 0,14 gram en een ring voor een knobbelzwaan weest 4,3 gram.

Enkele ringmaten:
goudhaantje 2,0 mm diameter
roodborstje 2,3
pimpelmees 2,3
merel 4,2
turkse tortel 6
bosuil en wilde eend 11
blauwe reiger 14
knobbelzwaan 30

Er werden ook speciale plooi tangen ontwikkeld waarmee men de ring kan aanbrengen zonder druk uit te oefenen op de poot.
Elke ring is voorzien van een nummer en een afgekort adres van de ringcentrale. Een bepaald nummer wordt maar één keer gebruikt zodat nummer en adres een unieke combinatie vormen.

Al of niet in combinatie met metalen ringen worden er vaak ook kleuringen aangelegd.
Bij grote soorten vogel kan men kleurencombinaties, met grote, van in het veld afleesbare letters en cijfers gebruiken. Op deze manier kunnen vogels van op grote afstand
worden geobserveerd en geregistreerd zonder ze te vangen.
Er worden ook halsringen gebruikt.
Voor grote vogels wordt ook wel eens gebruik gemaakt van een transponder die onderhuids wordt ingebracht en daarna met een speciaal apparaat kan worden afgelezen. Je zou
het een elektronisch paspoort kunnen noemen.

In Dierenpark Planckendael krijgt elke ooievaar een officiële metalen ring en daarbij nog een kleuring met cijfer. Aan de kleuring kunnen de verzorgers zien wanneer de ooievaar geboren werd.

Tussen 1999 en 2005 werden er een aantal ooievaars uitgerust met een satellietzender.
De batterij van de zender werd gevoed met zonnecellen. Elke minuut stuurde de zender een signaal dat door een satelliet werd opgevangen, de satelliet stuurde de informatie dan door naar een grondstation in Toulouse (Frankrijk). De zender die ongeveer 95 gram woog, werd als een rugzakje bij de vogels bevestigd De resultaten verkregen via satellietzender ring zijn baanbrekend, toch zal het nooit het ringen vervangen.
De redenen hiervoor zijn eenvoudig: de zenders zijn duur en de techniek is alleen toepasbaar bij grotere soorten vogels
Via www.ooievaarzondergrenzen.be krijg je een idee van de trekroutes die Germaine, Pumba, Tia, Kobe en hun collega-ooievaars hebben gevolgd.

Baanbrekende ringresultaten
*Het systematisch ringen van vogels en het verzamelen van de gegevens over terugmeldingen is van groot belang voor het vastleggen van trekroutes. Door een beschrijving van de vogeltrek alleen weten we nog niet hoe dit gedrag ontstaat en hoe de vogels de weg vinden, maar het is wel een belangrijk hulpmiddel.
Door het ringonderzoek heeft men vastgesteld dat veel trekvogels o.a. de gierzwaluw, trouw naar hun geboorteplaats of vorige broedplaats terugkeren.

Door Klaus Roggel, Berlin – Eigen werk, CC BY-SA 3.0,

*De zwaluw is een wereldwijd symbool van de jaarlijkse vogeltrek en van de wisseling der seizoenen. In 1997 is men gestart met het ESP – EURING Swallow Project.
Gedurende vijf jaar werden er meer dan 1 miljoen boerenzwaluwen geringd in 25 verschillende landen. Dankzij dit project werden er nog, tot dan toe onbekende, overwinteringsplaatsen van de boerenzwaluw ontdekt Sinds dan is er meer aandacht voor de bescherming van de boerenzwaluw die in Nigeria, de Centrale Afrikaanse Republiek en Congo nog fel bejaagd en gevangen wordt voor voedsel.
 
 
Zo is de boerenzwaluw een symbool van internationale samenwerking geworden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 


*Men ontdekte dat de overlevingskansen van de witte ooievaar sterk afhankelijk zijn van het voedselaanbod tijdens de niet-broedperiode. Bij grote droogte in de Sahel daalt de Europese ooievaarspopulatie immers sterk in aantal.
*In de Franse Camargue stelde men vast dat hoe strenger de voorbije winter, dus hoe hoger het sterftecijfer, hoe jonger de flamingo’s zich beginnen voort te planten.
De leeftijd van de flamingo’s die voor het eerst aan een broedsel beginnen varieert tussen 3 en 9 jaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


*Door langdurig vogels te ringen kan men familiestambomen samenstellen en het gedrag van de vogels bestuderen. Zo kwam men tot de vaststelling dat o.a. bij de waterspreeuw inteelt en infanticide = het doden van nestjongen, voorkomen.
Waarom zou een mannetje waterspreeuw de jongen doden van een koppel spreeuwen waarmee hij niets te maken heeft?
Waarschijnlijk doet hij dat omdat het vrouwtje dan een nieuw broedsel zou beginnen en hij dan de kans krijgt om voor eigen nakomelingen te zorgen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

*Een studie rond verspreiding in Vlaanderen wees uit dat in sterk versnipperde bosgebieden als gevolg van menselijke activiteit er slechts half zo veel boomklevers leven als in gebieden met aaneengesloten bosgebieden zoals in Wallonië.

*Meer dan 100 jaar vogelringen laat de wetenschappers toe de klimaatsveranderingen, met name de opwarming van de aarde, te bestuderen,
Zo komen er de laatste jaren o.a. grote aantallen broedende bijeneters voor in Midden-Europa.
Bij de gierzwaluw constateert men een stijgend aantal vogels die twee broedsels per jaar hebben in plaats van één.

*Maar ook het bijvoederen in de winter en het enorme voedselaanbod via stortplaatsen beïnvloeden het gedrag van vogels.

*Informatie verkregen via vogelringen helpt bij het beschermen en in stand houden van de verschillende soorten, bv. de jacht op en het vangen van veel trekvogels in het Middellandse Zee gebied.

Zo was het ook mogelijk om aan te tonen dat één op vier juveniele witte ooievaars en één op zeventien volwassen dieren sterven aan hoogspanningskabels.
ooievaar-loopt

artikel GVA / foto Bild

Het dier was één van zijn lange poten kwijtgeraakt als gevolg van een beenbreuk veroorzaakt door contact met een hoogspanningskabel.

Een vogelopvangcentrum In Duitsland organiseerde een geldinzameling om een 1.000 euro kostende prothese te kunnen laten fabriceren.
Een dierenarts hechte de speciale kunstpoot, vervaardigd uit carbon, vervolgens aan.

De ooievaar zal in het vogelopvangcentrum blijven. Een leven in de natuur zou het dier niet overleven.

artikel van GVA. foto Die Weld Duitsland

Ring a bell records !
Dat het ringen van vogels van grote wetenschappelijke waarde is hebben we ongetwijfeld in dit artikel reeds bewezen.
Dankzij het vogelringen kunnen we ons ook verbazen over een aantal meer dan opmerkelijke records.
De langste luchten staan op naam van een noordse stern : 18056 km en een visdief 17508 km.

De visdief was als nestjong geringd in Zweden op 27 juni 2003 en werd teruggevonden in Nieuw-Zeeland op 1 december 2003.
De visdief migreert tussen het Noordelijk en het Zuidelijk halfrond en geniet zowel van de zomer in Europa als van de Australische zomer.

Ook een kokmeeuw die op 29 juni 1996 in Finland als nestjong geringd werd behoort tot de lange afstandstoeristen! Op 3 januari 2000 werd hij in Texas (USA) opgemerkt en de volgende 30 november 2000 werd hij opnieuw in zijn overwinteringsplaats in Texas gespot ! Yeehaa! Wat een cowboyverhaal

Tot de snelste vliegers behoren een krakeend die op een halve dag 352 km aflegde en een goudhaantje dat op slechts één dag 737 km verder oog, Een Europese boerenzwaluw deed er 97 dagen over om van Zuid-Afrika naar Groot-Brittannië te vliegen.

De Methusalem (= de oudste) onder de vogels is een noordse pijlstormvogel. Hij werd geringd toen hij 4 à 6 weken oud was, op 17 mei 1957. Hij werd opnieuw gespot in 1961
en 1978. En in mei 2002 werd de zeevogel opnieuw opgemerkt. Dat wil zeggen dat deze vogel toen ruim 50 jaar oud was en dat hij al minstens 8 miljoen kilometer moet
afgelegd hebben.

Men bezit ook gegevens van een roek die 22 jaar en 11 maanden geworden is.

De oudst geringde gierzwaluw ooit was 18 jaar. Wanneer we bedenken dat gierzwaluwen ongeveer 10 maanden per jaar vliegen, dan kunnen we berekenen dat deze vogel ruim 7 miljoen kilometer had afgelegd.

Alhoewel het grootste aantal koolmezen dat onze voedertafels bezoekt zijn derde verjaardag niet bereikt, heeft men toch gegevens van een koolmees die bijna 14 jaar is
geworden.

En deze serie ringrecords wilden we je niet onthouden.

+ Een knobbelzwaan die in Cheshire (GB) geringd werd op 17 december 1995 landde in Chester Zoo op 12 februari 1997. Het arme beestje had haar landing wel heel slecht berekend want ze kwam midden in het tijgerhok terecht. en zo’n “geschenk uit de hemel” lieten de tijgers niet meer ontsnappen.

+ De kleine, moedige karekiet die op 21 augustus 2001 in Kent (GB) geringd werd landde na een verre, verre reis op 13 oktober 2001 in het West-Afrikaanse Guinee-Bissau recht in … een spinnenweb. En dat deed bij de spin een belletje rinkelen.

+ Dat golfspelers vertrouwd zijn met de albatros, de eagle, de double eagle en de birdie nemen we aan. Maar het is OB = Out of the Bounds om je bunkerslag te richten naar de echte birds!
Welke handicap zou je hebben wanneer je een wilde eend, 5 kokmeeuwen of een Canadese gans in de hole slaat? Wat een flop shot !
Laten we dan maar eindigen met een romantische love story. Een visarend die op 14 juli 1998 een prachtige blinkende ring om zijn poot kreeg vloog er helemaal mee naar Gambia (Afrika). Daar ontmoette de visarend een pracht van een krokodilletje en schonk haar prompt zijn ring en zichzelf… Op 19 november 2000 werd de arme krokodil gedood en gevild en vond men… de ring terug die haar blijkbaar zwaar op de maag was blijven liggen.

De ringer op bezoek in het opvangcentrum.
Eke vogel die in VOC-Brasschaat terecht komt voor verzorging en revalidatie wordt vóór vrijlating geringd door een erkend Belgisch ringer.
Het netwerk van Belgische ringers telt ongeveer 375 ringers, allen gecertificeerd.
De ringer helpt het VOC, indien nodig, bij het determineren van de vogel.
Aan de vorm, de staat en het kleurpatroon van de vleugels probeert hij de leeftijd te bepalen. De grootte van de vogel, de kleur van het verenpak en de vleugellengte kunnen helpen bij het bepalen van het geslacht en soms zelfs bij de herkomst van de populatie. Het gewicht vertelt iets meer over de conditie van het dier.
Alle gegevens worden nauwkeurig genoteerd en dan wordt de vogel geringd.

Wat kan jij doen wanneer je een geringde vogel vindt?
Rapporteer alsjeblieft elke geringde vogel bij de nationale ringdienst van je land.

Welke ring?
Noteer het ringnummer en het adres.
Voeg de ring (opengevouwen) bij je brief als de vogel dood is.

Waar?
Geef locatie op waar je de vogel hebt gevonden en de naam van stad of gemeente.

Wanneer?
Geef de vinddatum.

Omstandigheden?
Was de vogel levend of dood?
Wat gebeurde er verder met de vogel indien hij nog leefde?
Indien de vogel dood was geef dan de oorzaak indien gekend
vb. verkeersslachtoffer aangevallen door een kat, tegen een raam gevlogen, geschoten, olievervuiling…

Welke vogel?
Schrijf op welke vogel vogelsoort (indien gekend) je gevonden hebt,
Je mag eventueel een foto bijvoegen.

Jouw gegevens?
Vergeet niet jouw naam en adres op te geven.
Iedere vinder krijg van de ringdienst een Fiche met de volledige ringgegevens toegestuurd.

Hoe meer terugmeldingen, hoe meer men te weten kan komen over een bepaalde vogelsoort.

Jouw terugmelding is van grote wetenschappelijke waarde. Elke vinder/melder vormt een belangrijke schakel in het ringonderzoek
Adres:
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN)
Ringdienst — Belgisch Ringwerk.
Vautierstraat 29 — Brussel

je kan ook online een aangifte doen

Zin in meer ? KBIN BeBirds Website en Euring Website